
HOOFSTUK 14
ONRUSTIG!
Mijn hoofd en mijn lijf voelen angstig rustig aan. Alsof alle negativiteit van eerder is verdamt naar een plek waarvan ik niet wil weten waarheen. Laat het wegblijven, laat het wegblijven denk ik terwijl ik slaperig in mijn ogen wrijf. De rust in hoofd en lichaam voelen als een welkome verrassing alsof het jaren geleden is dat ik zo lekker geslapen heb. Ik ben niet langer moe en voel me fitter dan ik me ooit gevoeld heb. Hoewel de slaap nog om me heen hangt voel ik me beter dan ooit.
Ik probeer rechtop te gaan zitten maar voel dat Sofie haar plekje heeft ingenomen op mijn heup en Karel ligt in het holletje achter mijn benen tegen mijn achterwerk. Ik vraag me plotseling af hoe hij zou reageren als ik plotseling een scheet zou laten. Ik probeer het me voor te stellen en moet dan keihard lachen. Het idee dat Karel zich een ongeluk schrikt als ik een scheet laat en dat Karels haren daar recht van overeind gaan staan. Ohw mijn god Dewey, jij bent raar gil ik gierend van het lachen en val bijna van de bank. Ik vergeet dat ik net wakker ben en lig helemaal dubbel. Sofie daarentegen vindt dat er niks te lachen valt want ze vindt de trilling in mijn lichaam van het lachen maar niks en springt van de bank om brokjes te eten. Karel blijft rustig liggen waar die ligt. Normaal is het Karel die overal van schrikt maar deze keer is Karel erg rustig. Alsof hij opgelucht is dat de lucht in mijn hoofd is opgeklaard.
Als ik uitgelachen ben lopen er weer tranen over mijn wangen maar deze keer van puur plezier. Ik veeg ze af met de rug van mijn hand en dan aan mijn pyamabroek. Zo Dewey, tijd voor een douche.
Het is al een uur in de middag als ik onder de douche vandaan kom. Ik droog mijn haren af en sta voor het besluit over wat ik aan ga trekken. Onwillekeurig moet ik denken aan het genante moment met de rode versleten bh en Tim. Ik kreun lichtelijk bij de gedachten en ik voel het schaamrood weer naar mijn wangen stijgen.
Wat ga ik vandaag aantrekken? Sta ik dan, voor mijn kast. Hopen met kleding ne ik heb geen idee wat ik aan wil. Ik raak er van door de war. Zoveel leuke dingen en zoveel kleuren en in welke stemming ben ik eigenlijk? Daar is altijd moeilijk een peil op te trekken bij mij want mijn stemming wisselt van het ene op het andere moment. Ik strijk mijn nog natte haar naar achteren met de gedachten er een vlecht in te maken voor de spiegel. Mijn handdoek om mijn lichaam geslagen sta ik onrustig te kijken naar wat ik aan zou kunnen trekken.
Als ik net besloten heb dat ik mijn felroze minirok aan trek met een knalgeel shirtje gaat de telefoon. Ik krijg meteen een brok in mijn keel. Ik heb een hekel aan bellen. Net als gebeld worden. Altijd als die telefoon gaat klopt mijn hart meteen in mijn keel. Ik snap niet goed waarom maar ik heb het al mijn hele leven. Ik verstijf als het ware en verander spontaan in een robot die niet kan nadenken en neem dan vaak automatisch de hoorn van de haak. Of ik doe het niet en laat ik de telefoon lekker overgaan en doe ik gewoon mijn eigen ding. Alles wat mijn privacy kan verstoren geeft me een gevoel van inbreken diep van binnen.
Het gerinkel van de telefoon is erg luid en indringend. Ik heb me vaak genoeg afgevraagd of ik het geluid niet zachter kan zetten maar ik weet nog steeds niet hoe. Verstijfd loop ik van de kast naar de huiskamer waar de telefoon nu eindelijk is opgehouden met rinkelen. Mijn hart tikt sneller dan gewoon en gespannen probeer ik adem te halen. Voor de zoveelste keer vraag ik me af of ik wel nornaal ben. Het was de telefoon maar Dewey zucht ik bij mezelf. Na een paar minuten kan ik eindelijk ontspannen. Ik ben vandaag eigenlijk niet bereikbaar besluit ik.
Maar stel dat het Tim was? Als het Tim was heb ik hem ook gemist. Misschien belt Tim me wel mobiel denk ik hoopvol. Dan kan ik tenminste zien wie er belt. Dat voelt zoveel veiliger bedenk ik me opgelucht. Tim zal het zeer zeker op mijn mobiel proberen. Ja zucht ik opgelucht. De spanning van het overgaan van die verrekte telefoon is nu zo goed als verdwenen en ik ga verder met waar ik mee bezig was. Ik trek aan wat ik van plan was en vlecht mijn lange haar in een enorme dikke vlecht. Maar zoals altijd springen er altijd wel wat pieken tussen uit die langs mijn gezicht blijven bungelen. Ze kriebelen plagend tegen mijn huid.
Precies om half twee gaat mijn mobiele telefoon over. Tim denk ik meteen in lichte paniek en kijk om me heen waar ik mijn mobieltje gelaten heb maar ik kan hem echt nergens vinden. Ik hoor het geluid ergens van de eettafel komen maar die ligt zo vol met papieren en troep dat ik hem niet meteen zie liggen.(opruimen is natuurlijk een optie Dewey klinkt het irritante overbekende stemmetje in mijn hoofd waar ik niet naar luisteren wil) Ohw ohw ohw, Tim waar ben je gil ik bijna in paniek, niet ophangen niet ophangen. Please en als een gek licht ik alle papieren van de tafel maar geen mobiele telefoon. Shit shit shit, kloteding scheld ik en ik probeer rustig te blijven... Te luisteren naar waar het geluid vandaan komt, maar tot mijn grote irritatie hoor ik niks meer. Tim heeft vast opgehangen denk ik pissig. Ik kan het niet laten om met mijn vuist op de tafel te slaan. Godverdomme vloek ik lelijk en ik schud mijn hoofd woest van links naar rechts.
Zucht, dan niet bedenk ik me schouderophalend maar ik kan het niet laten rusten. Uiteraard voel ik de lichte irritatie weer groter worden en krijg ik de neiging om alle spullen van de grote tafel te maaien maar ik heb me net gedouched en voel me fris en fruitig, ondanks de hitte buiten. Wel voel ik dat mijn haar door de beweging lichtelijk los begint te raken uit de vlecht en ik besluit rustig alle papieren op de grote tafel op te lichten en rustig naar mijn mobiel te zoeken. Als ik mijn agenda optil (die ik al een week kwijt was) ligt daar mijn mobiele telefoon onder. Net op tijd voor ik weer een aanval van pure onredelijkheidkrijg bedenk ik me opgelucht. Ik ben de aanval van onredelijkheid van vanochtend nog niet vergeten. Als ik op het punt sta om even op de bank te gaan zitten gaat mijn mobiel weer over. Ik voel de trilling er van in mijn hand.
Even overweeg ik de telefoon toch maar niet op te nemen maar de gedachten dat ik Tim zijn stem zou missen geeft me een vervelend gevoel/ Uiteraard wordt zijn naam weergegeven op het scherm wat me een veilig gevoel geeft. Ik betrap mezelf er op dat mijn hart bonst als een bezetene en dat mijn handen trillen. Ik haat telefoneren. Zelfs als het Tim is. Maar ik neem hem op.
Soms als ik de telefoon opneem herken ik niet meteen de persoon die belt. Zelfs al staat het met grote letters op het scherm. Heel stom. Het gaat me dan te snel. De zenuwachtigheid overheerst alles. Het is soms gewoon gegant want soms is het iemand die je al jaren kent. Nou ken ik niet zoveel mensen die mij zouden willen bellen maar als ze bellen word ik standaard zenuwachtig.Trillende handen en een bonzend hart.
Tim? Ben jij dat? Ik hoor mijn eigen stem lichtelijk trillen maar ik ben mijn zenuwen de baas. Ik voel me zo ongemakkelijk maar word vrijwel meteen rustig van Tim zijn diepe warme stem.
1 opmerking:
Hallo, ligt je boek al in de winkel? Groetjes, Dreamer.
Een reactie posten