woensdag 7 mei 2008

HOOFDSTUK 9


HOOFDSTUK 9

TROEP!!!

Als ik om me heen kijk zie ik een en al troep. Gelukkig heb ik nergens last van. Natuurlijk zie ik hier en daar wat op de grond liggen en stinkt het in huis maar voor de rest valt het toch wel mee? Ik bedoel maar. Die paar sokken die op de grond liggen en al die kattenharen die verteren tot kleine wolkjes stof? Mmm, valt hartstikke mee. Eigenlijk heb ik nergens last van. Ik voel me goed en ik negeer de eigenlijke chaos in huis. Ik zie niet hoe zwart mijn voeten zijn als ik met blote voeten over mijn vervuilde vloeren loop. Er is immers niks aan de hand. Oke, het is wel eens niet altijd opgeruimd in huis maar wat is eigenlijk het probleem?

Oke oke, ik ben zo nu en dan iets kwijt, So what??? Tja alleen Dewey Potter kan haar pinpas en haar identiteitskaart tegelijk verliezen maar wat is dan het probleem? Ik bedoel, zo erg is het toch niet dat ik dan geen centjes kan opnemen? Hoef ik in elk geval geen boodschappen te doen. Daar heb ik echt een graf graf en nog eens een grafhekel aan denk ik mopperend. Ik voel mijn ademhaling versnellen als ik aan boodschappen denk. Ik bries nog net niet als een stier.

Ik geef het toe, het is een regelrechte ramp, in mijn hoofd, in mijn lijf en zelfs in mijn woning. Ik kan er niks aan doen maar het is er gewoon smerig en opruimen lijkt geen oplossing. Het is alles weggooien of gewoon laten liggen bedenk ik me. Ik kijk de huiskamer eens goed rond en strijk zuchtend mijn haren naar achteren. Mijn ogen glijden van de ene hoek naar de andere. Pfffffffff, wat een teringzooi, zucht ik vermoeiend. Hier kom ik echt nooit doorheen.

Zo kan ik Tim niet binnen laten bedenk ik beschamend als ik overal slipjes zie liggen door de huiskamer en een stoffer en blik liggen onder de tafel alsof ze daar horen. Althans, zo lijkt het want alles wat een plekje heeft ligt niet waar het hoort. Het begint er op te lijken dat chaos het enige is waarvan ik zeker weet dat het zo hoort. Alsof het vergroeid is met mij. Het hoort bij mij. Tegelijk bedenk ik me eveneens dat ik mezelf verafschuw dat ik zo ben en zo beslist niet wil zijn. Zal ik ooit een huisvrouw worden? vraag ik me af.

Wanhopig zoek ik met mijn krukken de bank achter me en plof neer en probeer overzicht op de rommel in de huiskamer te krijgen. Wie hou ik voor de gek? vraag ik me zuchtend af. Sofie die ook op de bank ligt komt naar me toe en geeft me een knipoog alsof ze voelt dat ik me wanhopig voel. Ik kijk nog eens goed rond en besluit dat ik het niet wil zien. Ik wil het niet. Ik wil het echt niet. Demonstratief sluit ik mijn ogen maar achter mijn ogen zie ik de troep nog steeds. Het is er niet Dewey dreig ik in mijn hoofd. Natuurlijk is het er niet. Maar uiteraard is het er wel. Ik hoef alleen mijn ogen maar open te doen en het is er weer.

Het gekke van alles is dat ik niet eens op het idee kom om het echt op te ruimen. Eigenlijk is het wel prima zo. Ik vind het zlefs prettig. Ja prettig. Ik struikel nooit over mijn eigen rotzooi (dagelijks natuurlijk) en bovendien wordt er in dit huis hartstikke geleefd.

Neem nou bijvoorbeeld de keuken, he? Ik bedoel maar, iedereen heeft toch een grafhekel aan afwassen? Niet waar? Wat is daar nou zo vreemd aan? Oke, dat ik de afwas soms weken laat staan en dat het daardoor vanzelf wegloopt is eigenlijk wel een beetje eigenaardig geef ik schoorvoetend toe. En dat je eten ruikt van 3 weken geleden wat gaat ruiken naar rotte eieren is ook wel een beetje vreemd zucht ik.

Verdrietig schud ik mijn hoofd. MIjn rode haar valt als een golf voor mijn ogen. Ik voel het kriebelen tegen mijn gezicht en strijk het achter mijn oren. Sofie ligt op mijn buik en knippert vriendelijk met haar ogen. Alsof ze zeggen wil, het geeft niet Dewey, ik vind het niet erg dat het een troep in huis is. Ik geef Sofie een zachte aai achter haar oor waardoor ze onmiddelijk luid begint te spinnen. Dank je wel girlfriend fluister ik haar zachtjes toe.

Wat is er toch mis met mij? vraag ik me af. Wat is er toch dat ik het zo moeilijk vind om die rotzooi op te ruimen. Ik zucht en wil niet langer om me heen kijken. Ik wil het niet. Ik sluit mijn ogen.

Er rijst een beeld voor mijn ogen op dat ik niet zien wil maar het gebeurt. Dewey aan de grote schoonmaak. Vreselijk maar waar. Als ik ga schoonmaken moet je je bergen want je struikelt of je zit klem met je vingers tussen de teil en het aanrecht tijdens het afwassen.

Zo is het me vaker overkomen dat ik wilde dweilen en dat ik met de mop de emmer omstootte. De hele huiskamer veranderde in een groot zwembad en het was zo glad dat je je wel moest vasthouden aan de meubels. Het warme gladde dweilwater onder me voeten voelde vreemd prettig aan moet ik toegeven en de vloer is nog nooit zo schoon geweest als toen maar alle dingen die op de grond lagen moesten het ook ontgelden. Tja, daar had ik natuurlijk geen rekening mee gehouden. Gesmolten pastelkrijt en slipjes die overal op de vloer lagen en geruineerde tekeningen en een regenboog aan kleuren door het pastelkrijt op de vloer.

Ohw het lijkt wel een puinhoop in mijn hoofd als er iets dat ik moet doen. Voor de supermarkt maak je een boodschappenlijst maar wat doe je met schoonmaken? Ik lijk altijd van de ene kant naar de andere kant van het huis te rennen met emmers vol sop die ik omstoot of stoffer en blik die ik beneden heb laten liggen. Ik vergeet dingen of ik doe juist te veel maar het is altijd overmoedig wat ik doe, of ik doe het niet.

Ik ben vooral een ster in het doen van alles tegelijk. Dat kan ik het allerbeste. Als ik dat doe denk ik vaak dat ik dan goed bezig ben. Ondanks de onrust in mijn kop geef ik mezelf contstant complimentjes en voel ik me trots dat ik het allemaal maar even doe maar als ik dan klaar ben zie ik dat de helft bij lange na nog niet is opgeruimd omdat ik op zijn minst de helft vergeten ben op te ruimen. Het lijkt er op dat ik overal aan begin zonder ook maar eerst iets af te maken. En dan probeer ik mezelf wijs te maken dat het voor de afwisseling is om het huishouden niet saai te maken maar eigenlijk is het huishouden altijd saai. Wie hou ik eigenlijk voor de gek?

Misschien toch wat hulp Dewey? klinkt het irritante stemmetje weer in mijn hoofd. Ik zucht en afwezig streel ik de zachte vacht van Sofie. Ohw Sofietje, wat, wat moet ik nou? Mijn hoofd is een puinhoop, mijn lijf kent geen rust en het huishouden is al helemaal een puinhoop. Sofie spint rustig door en ik word er op een vreemde manier rustig van. Ik hou er van om te luisteren naar het gesnor van Karel en Sofie. Het geeft me een vredig thuisgevoel.

Gelukkig kan ik dat nog wel voelen, ondanks de troep bedenk ik me grinnikend. En wat voor een thuis? Ik denk dat hulp nog niet eens zo,n gek idee is bedenk ik me plotseling in alle redelijkheid. Misschien, heel misschien zou het geen gek idee zijn. Maar dan bedoel ik ook heel erg misschien.

Geen opmerkingen: