maandag 19 mei 2008

HOOFDSTUK 13


HOOFDSTUK 13

ZO MOE

Het doet me niks. Totaal niks. Dan is de keukenvloer maar een teringzooi maar ik heb er totaal geen last van. Ik hoor geen gekraak onder mijn pantoffels van gebroken glas. En ik hoor evenmin het onrustige gemiauw van Karel en Sofie. Ik sluit de keukendeur wel af voor hun kwetsbare pootjes maar ik wil het niet opruimen. De confrontatie met mijn eigen woede kan ik nog niet aan. Soms word ik gewoon bang van mezelf en begrijp ik amper waarom ik zo boos word op mezelf zucht ik terwijl ik met een gebaksvorkje mijn suikerklontjes door mijn koffie roer. (nog zo iets, zou vaker kunnen afwassen)Er liggen gewoon geen theelepeltjes meer in de la.

Ik weet niet waarom ik zo boos word. Ik wordt boos als me onrecht wordt gedaan of als iemand vuil naar me kijkt en vooral als ze me voor rooie uitschelden maar wie wordt er nou boos om een kwijtgeraakte koffiepot? Uiteraard Dewey Potter. Ik schud verdrietig en verbaasd mijn hoofd als ik terug denk aan de tirade van een half uur geleden.

Alles moet gaan zoals ik het wil. De koffiepot moet op zijn plek en het is vooral niet mijn schuld dat dat pokkeding dan verdwenen is. Het is de schuld van de koffiepot die dan plotseling pootjes heeft gekregen en is weggelopen. In mijn fantasie zie ik kleine kaboutertjes op pinklengte stiekem om me lachen in de voorraadkast. Die Dewey, god wat is dat kind slordig. Zullen we haar eens een lesje leren??? Zullen we de koffiepot voor haar verstoppen???? In gedachten hoor ik irritante elfengelach dat klinkt als een exprestrein in een tunnel. Heel anders dan het tinkelende gelach van elfjes in sprookjes in films op tv. Een nachtmerrie. Het klinkt als een nachtmerrie. Natuurlijk lag het mysterie van de verdwenen koffiepot niet bij Dewey.

Normale mensen worden boos als hun fietsband leegraakt, of als er getoeterd wordt in druk verkeer, of als er op hun tenen gestaan wordt. Of er wordt bewust een middelvinger naar hun uitgestoken. Zou ik ook woest van worden. Maar ik word overal boos om. Vooral als ik moe ben lijk ik niks te kunnen hebben. Ozo snel geirriteerd. Of als ik wat kwijt ben moet ik altijd schelden. Wat ik niet meteen vind maakt me dus kennelijk razend. En waarom? Ik snap er geen hout van. Misschien wil ik het ook wel niet begrijpen. Het is te moeilijk. Zuchtend zet ik mijn lege kop koffie op de tafel die vol ligt met allerlei troep. Van schone was tot en met kopjes koffie van dagen gelden waar wel theelepeltjes naast liggen.

Stiekem moet ik grinniken om het idiote idee dat ik mijn koffie roer met een gebaksvorkje. Ik, ik ben raar, ik ben echt niet normaal denk ik dan droevig.

Plotseling schiet in in een enorme schaterlach om zoiets idioots als roeren met een gebaksvorkje. met grote ogen kijk ik naar het recentste kopje koffie van 2 minuten geleden en ik lach me een stuip. Ik kan er niks aan doen maar de tranen lopen over mijn wangen van de lol. God echt iets voor mij gier ik terwijl ik me over de bank laat rollen. Karel en Sofie kijken elkaar aan met blikken van ze heeft het weer. Als ik eindelijk ophou met lachen ontsnapt er een snik uit mijn neus.

Verdomme Dewey huil ik nu en voel dat het lachen me duidelijk is vergaan en dat ik plotseling moet huilen. Het verdriet van binnenuit uit is heel duidelijk vermengt met frustratie. Wat, wat is er toch met mij? Waarom kan ik geen controle houden? Waarom is het te moeilijk? Voor de zoveelste keer in mijn leven zou ik wensen dat ik normaal was. Doodnormaal. Iemand anders was. Gewoon iemand anders.

Als een zielig hoopje leg ik mijn hoofd op het kussen van de bank en leg mijn benen opgetrokken onder mijn billen. Ik ben zielig. Zo vreselijk zielig. Ik merk amper dat de zon schijnt en dat de dag zo mooi is vandaag. Er gaat van alles door me heen. Tim zou me nooit begrijpen, ondanks dat zijn zusje ook ADHD heeft. En Hollie??? Hollie, die is vast zo punctueel denk ik hatelijk. Haar kleding was onberispelijk, vast net als haar huis. Alles op een vaste plaats. Zou Hollie ooit haar koffiepot kwijt zijn of haar sleutels? Vast niet bedenk ik jaloers. Ik kan er niks aan doen maar ik moet lelijk over haar denken. Hoe vriendelijk ze ook tegen me was in dat cafee.

Ik voel dat de negativiteit weer grip op me krijgt en dat het zich om me heen wringt als een wurgslang en ik kan er onmogelijk uit ontsnappen. Ik kan niet langer vriendelijk zijn en lief en alles en iedereen is plotseling klote. Ik voel me klote! Ik ben in staat om iemand een loer te draaien. Mensen opzij te duwen die me in de weg lopen, conflicten aan te gaan en te vechten als iemand me zou uitdagen. En hier lig ik dan, vol met negatieve energie die ik amper kwijt kan. Mijn lichaam tritl als een rietje. Hier op de bank en het enige wat ik kan doen is huilen. Woest sla ik met mijn vuisten tegen de bankleunig en ik wil mezelf bijten. Zo hard bijten om enigsins weer iets te voelen. Weer terug te komen in de realiteit maar het gaat maar wat moeilijk. Ik vind dit zo moeilijk.

Langzaam voel ik dat de kracht uit mijn lichaam verdwijnt en dat ik slapjes mijn armen laat hangen waar ik zojuist bijna de bankleuning mee doormidden had geslagen. Ik voel me moe. Zo vreselijk moe. Ik gaap en voel een laatste traan langs mijn wang lopen. Eentje maar die een spoor trekt via mijn neus naar de stof van de bank waar deze intrekt en ik val in een rusteloze slaap.

Geen opmerkingen: