zaterdag 17 mei 2008

HOOFDSTUK 12



HOOFDSTUK 12

KWIJT!

Afspraken vandaag? vraag ik me slaperig af terwijl ik me onrustig van mijn buik op mijn zij draai. Mijn haar ligt als een enorme waterval over mijn kussen en een paar haren plagen mijn wang. Mmm, kreun ik lichtelijk. Ik wil niet.... Ik wil niet. Het bekende ik wil niet uit bedgevoel overvalt me zoals iedere ochtend om vervolgens het trapritueel na te volgen. Ik kijk er naar uit denk ik licht sarcastisch en weer draai ik me om maar deze keer op mijn rug. Nee geen afspraken bedenk ik me zeer opgelucht. Een teken dat ik nog eventjes kan blijven liggen.

Maar ik voel een lichte onrustigheid in mijn lichaam die het me onmogelijk maakt om rustig te blijven liggen. Als ik op de wekker kijk zie ik dat het nog maar acht uur is. Ohw wat vroeg nog en ik kan niet meer slapen. Ondanks het ik wil niet gevoel besluit ik door te zetten en toch maar op te staan. Met moeite ga ik rechtop zitten en een enorme gaap ontsnapt uit mijn mond.

Plotseling denk ik aan gisteravond, aan Tim en aan hoe we gekust hebben. Hij, hij heeft me gekust denk dromerig. Ohw hij heeft me echt gekust. Mijn handen glijden als vanzelf naar mijn lippen en een warm prettig gevoel vult mijn buik die ik herken als vuurvliegjes. Ik ben dol op vuurvliegjes denk ik dromerig. Oja.... Ik ben dol op Tim zijn lippen. Mmmmmm.Mijn vingers volgen het spoor waar hij ze met zijn lippen geraakt heeft. Gekust tot de schemering in viel en het was al donker toen we elkaar eindelijk loslieten bedenk ik me blozend. Hi hi hi. Een grote glimlach verschijnt er om mijn lipen.

Plotseling is het niet meer vervelend om mijn bed uit te komen. Ik gooi het dunne roze laken van me af en gooi mijn benen over de rand van mijn bed. Even kijk ik naar de andere kant van het bed wat nog steeds niet gerapereerd is en ik schiet spontaan in de lach. Hoe kan ik daar toch doorheen zakken grinnik en ik probeer kreunend en nog stijf van de slaap te gaan staan. Als Tim en ik elkaar zo blijven kussen als we gister deden denk ik blozend zal het vast niet lang meer duren voordat, voordat...... Ik durf de zin niet af te maken van verlegenheid. Zelfs niet in gedachten.

De wereld is leuk vandaag besluit ik en ik trek de gordijnen open en het volle zonlicht vult meteen de slaapklamer. Welkom zon roep ik terwijl ik de ramen opengooi en de frisse zomerwind in me opsnuif. Mijn neus hangt net over de gevel waar de duiven de zon ook begroeten met hun gekoer, net als ik.

Het is nu al te voelen dat het vandaag net zo warm wordt als gisteren maar dan nog een tikkeltje warmer. Nu nu heb ik trek in koffie bedenk ik en al schuifelend met mijn nog steeds verstuikte enkel schuifel ik door de gang naar de trap waar de 30 treden nachtmerrie begint. Maar ik loop al zonder krukken. Dankzij de hulp van Tim en mijn eigen inzet natuurlijk denk ik trots. Ik heb zin in de dag en ik ben het ik wil niet gevoel compleet vergeten.

De veiligste manier om van de trap af te komen is zittend zoals ik tegenwoordig elke ochtend doe sinds mijn enkel verstuikt is. Ik kan niet anders. Ik hou me stevig vast aan de trapleunig en laat me dan heel voorzichtig zakken en ga op de overloop zitten met mijn voeten op de volgende tree. Ik neem geen ricico,s en kruip dus via mijn bibs gewoon rustig van de trap heel langzaam omlaag. Zo voel ik me het veiligst. Ik hoef nergens bang voor te zijn stel ik mezelf gerust. Een verstuikte poot heb ik toch al denk ik er sarcastisch achter aan.

Langzaam schuivel ik op mijn billen tree voor tree naar beneden. Bij de laatste tree trek ik mezelf aan de trapleunig weer op. Ziezo denk ik tevreden en kijk omhoog naar die vreselijke stijle trap. Rotding denk ik zuchtend en grijp naar mijn krukken die tegen de muur staan naast de wc. Dan besluit ik ze te laten staan. Moek er mee? denk ik opstandig.

Mopperend trek ik mijn pyamabroek omhoog die bijna van mijn kont afzakt en ik loop naar de keuken waar Karel en Sofie mopperend miauwend om eten zitten te bedelen. Koffie, eerst koffie zeg ik kattig en de katten weten meteen dat ze niet aan mijn kop moeten zeuren. Maar Sofie laat zich niet zomaar negeren en gaat zoals iedere ochtend voor me voeten zitten net zolang tot ze voer in haar bakje heeft. Haar Poten staan scheef en haar snuit staat arrogant omhoog. Haar staart zwaait gevaarlijk heen en weer maar het maakt totaal geen indruk op me. Sofie gaat heen roep ik en ik geef haar een duw en ze loopt verontwaardigd miauwend opzij. Ze gaat pissig in het hoekje van de keuken zitten om haar vacht te likken alsof ze nooit aandacht krijgt. Karel daarentegen slaat onze machtstrijd gapend gade en het doet hem niks of ie straks of nu eten krijgt want eten krijgt ie toch. Neem een voorbeeld aan Karel bedenk ik hoofdschuddend als ik verder de keuken in schuifel.

Ik heb nog altijd vreselijke de neiging om te hinkelen en de stijfheid in mijn enkel is nog goed voelbaar. Alsof er allemaal kranten tussen zitten die me weerhouden om hem recht neer te zetten. Mijn voet lijkt wel een strijkplank. Met wat oefenen en wat goede moed zou ik volgende week vast weer normaal kunnen lopen. Ik begin een grafhekel aan die krukken te krijgen.

Mijn vrolijke stemming verandert in grmimig en mopperend zoek ik de koffiepot die ik natuurlijk nergens kan vinden tussen al die troep op de plank. Ik kan er niks aan doen maar ik verlies vrijwel meteen mijn geduld. Verdomme vloek ik ontevreden druk woest zoekend over de keukenplank maar ik kan dat verdomde ding niet vinden.

Ondertussen voel ik de irritatie groeien in mijn lijf. Mijn handen beginnen licht te trillen en mijn hoofd lijkt elk moment uit elkaar te barsten.. Mijn ogen zoeken onrustig over de keukenplank en mijn handen verplaatsen alles waar hij achter zou kunnen staan. Steeds als ik de koffiepot hoop te vinden en het is weer iets anders plaats ik het opgepakte voorwerp hardhandig terug op zijn plek. Ik hoor de plank amper kraken onder mijn kracht. Stomme idiote klotepot scheld ik nu alsof hij daardoor te voorschijn zou komen bedenk ik er sarcastisch achter aan. Ik voel mijn wangen rood worden van woede Mijn woeste zoektocht levert helaas niks op en zelfs vloeken lijkt niet te helpen. Het lijkt het alleen maar erger te maken. (Gek he Dewey)? klinkt het in mijn achterhoofd. Houdt je bek schreeuw ik tegen het stemmetje in mijn hoofd. ik wil het niet horen. ik wil het echt niet horen.

Plotseling maai ik alle spullen van de plank met mijn handen. Ik heb er geen controle over. Het gebeurt gewoon. ik wil er geen controle over hebben. Het voelt heerlijk, Het voelt bevrijdend, het voelt hemels, het voelt duivels en het voelt klote. Mijn hele lichaam verstijft zich en laat los als er weer een aanval komt en weer maai ik alles van de plank wat er nog op staat. Ik voel amper dat ik in mijn broek plas van woede. Zo boos en zo geirriteerd als ik zijn kan. Ik zal die koffiepot vinden schreeuw ik en alles wat ik tegen komt klettert op de grond. Van hout tot staal en zelfs glas wat versplintert op de grond. Ik kan het niet stoppen, ik wil het niet stoppen. het enige wat ik wil is een verrekt kopje koffie. Ik voel dat al mijn spieren zich in een negatieve zin samenspannen en mijn ogen lijken wel van vuur zo woest als dat ik om me heen kijk. Ik hoor mezelf vloeken maar sla er geen acht op en maai alles van de plank wat ik tegen kom maar nog steeds geen koffiepot.

Dan besluit ik de spullen een voor een van de plank af te donderen. Er is geen andere manier. Dit is de enige manier om de koffie pot te vinden denk ik in alle redelijkheid en laat pakjes thee bewust uit mijn handen op de grond vallen. Ik trek mijn wenkbrouwen op en laat dan een paar theedoeken op de grond vallen. Ziezo zucht ik rustig maar mijn hoofd barst van de energie en ik kan elk moment door het lint gaan. Ik merk amper dat ik al zover ben dat ik eigenlijk al heen genoeg ben om me zelf door het lint te noemen. Een kopje, kebeng, boem. Ik kijk naar de scherven die zich vermengen met de chaos op de keukenvloer. Ik geniet van elk voorwerp dat valt. ik kan er niks aan doen maar het geluid is zalig en zegt precies hoe ik me voel. Ik merk niet dat het zweet langs mijn voorhoofd naar beneden glijdt en dat mijn haren blijven plakken aan mijn gezicht. ik merk niet dat Karel en Sofie zich van mij distantieren. Ik merk niet dat de buren om me heen stiller zijn geworden dan anders. Ik merk helemaal niks meer want het enige wat ik wil is koffie. Ik wil gewoon een overheerlijk vers kopje koffie. Kennelijk is dat te veel gevraagd. Ondertussen probeer ik te begrijpen wat er met me gebeurt maar geef dat maar snel op. Het enige wat ik wel weet is dat ik de negatieve energie niet kwijt kan. Ik kan het niet en het moet toch echtn naar buiten zucht ik verdrietig.

Na een halfuur vind ik de koffiepot in de oven. Precies de plek waar een koffiepot thuis hoort. Ik herinner me weer dat ik de pot daar had neergezet door ruimtegebrek op het aanrecht en de koelkast. Weer word ik er ongenadig aan herinnerd dat ik vaker zou kunnen afwassen. Ik vloek nog na en zucht als ik de troep op de keukenvloer zie liggen. Maar ik laat het maar gewoon liggen. Ik heb er momenteel geen zin in. Ik wil het niet zien dus zie ik het gewoon niet. Ik negeer het en begin met het zetten van een verse pot koffie. Eindelijk.

Als de koffie klaar is ruikt het hele huis er naar. Mmmm, ik vergeet de woede hoewel deze nog duidelijk in mijn lichaam zit voel ik me plotseling moe worden. Zo vreselijk moe dat ik er duizelig van wordt. Een verdrietig gevoel overvalt me. Het is weer gebeurd denk ik droevig. En ik ben zooooo moe. Wat me bevestigt dat ik echt koffie nodig heb. Zonder koffie ben ik immers nergens. Zonder koffie kan ik niet leven. Dat had ik uiteraard al gemerkt en zonder acht te slaan op de rotzooi op de keukenvloer loop ik naar de huiskamer. Ik wil het gekraak van gebroken glas niet langer horen. Niet langer want wat ik kapot maak moet ik zelf opruimen en daar word ik liever niet aan herinnerd.

Geen opmerkingen: