
HOOFDSTUK 5
WAT KOM JIJ DOEN???
Ik wil hem tekenen. Ik wil het gezicht van die leuke jongen zo graag op papier.Het lijkt erg eenvoudig maar in de praktijk is dat wel even anders.
Geconsentreerd hou ik mijn ogen op het grote witte vel gericht. God wat is het toch moeilijk om zijn gezicht vor me te halen. Ik dacht zijn gezicht volledig in mijn geheugen te hebben opgenomen maar nu ik het voor me probeer te halen lijkt het zo vaag. Nogal wazig.
>
Mijn vingers zitten vol met pastelkrijt. Ongeveer alle kleuren van de regenboog vind je nu op mijn vingers. Vooral bruin overheerst en het geel wat ik gebruikt heb voor die leuke vlekjes in zijn haar.
Ik kan er niks aan doen maar ik moet hem tekenen. Ik wil hem zo graag tekenen. Eigenlijk wil ik hem gewoon kussen. In mijn gedachten kus ik zijn lippen op de onafgemaakte tekening.Ik schiet in de lach als ik bedenk hoe gek dat idee eigenlijk is. Ik word echt met de dag gekker. Idioot mens ben ik soms lach ik.
Ik probeer me weer te consentreren maar deze keer op zijn ogen die zo blauw zijn als de Atlantische oceaan.
Maar na vijf minuten voel ik dat mijn consentratie langzaam wegebt. Toch wil ik koste wat het kost zijn ogen nog invullen met het broze stukje lichtblauwe krijt dat ik al in de aanslag heb. Het moet net als in het echt. Alsof ze me aankijken als het af is.
Ik moet echt moeite doen om het te doen zoals het ik in gedachten had maar het wordt nooit zoals het in mijn gedachten is uitgedacht. Nooit. Het wordt altijd anders. Mooier en beter of verpest en klaar om weg te gooien. Meestal is het het laatste denk ik sarcastisch. Zal, zal ik anders niet gewoon stoppen? vraag ik me af. Ik wil deze tekening voor een keer eens niet verpesten. Ik heb er vreselijk mijn best voor gedaan. Hij is zo mooi geworden vind ik. Nou nou, dat gebeurt zelden dat ik tevreden ben.
Maar als ik dan tevreden ben, ben ik ook echt heel intens tevreden. Dan kan ik er echt uren en uren naar kijken tot het te gewoon wordt en ik er niet meer naar om kijk. Mezelf kennende blijft het net zolang in de kast liggen tot ik het weer vind en weggooi of weer opberg om er vervolgens weer nooit meer naar om te kijken.
Maar nu, nu verlang ik vreselijk naar een kopje koffie. Ik word moe van het niks doen en probeer mijn krukken te pakken die tegen de muur gestald staan. God wat haat ik die dingen. Soms overweeg ik echt om het advies van de dokter op te volgen en besluit het dan niet te doen
ls ik weer voel hoeveel pijn het doet als ik mijn voet gewoon probeer neer te zetten. (Geef je enkel de eerste paar dagen wat rust en probeer er over een week weer op te lopen) klinkt de stem vasn de dokter door mijn hoofd. De week is nog niet om grinnik ik bij mezelf.
Net op het moment dat ik eindelijk mijn krukken te pakken heb klinkt de deurbel als een alarmcentrale door mijn lege en stille huis. Het is zo stil dat het geluid van de deurbel harder klinkt dan ie in werkeleijkheid is. God ik schrik zo erg dat ik met moeite mijn evenwicht hou en zoek snel evenwicht aan de punt van de tafel. Ik kan me gelukkig net vast pakken. Moeten ze nou weer? vraag ik me pissig geirriteerd af.
Het is vast die oude humeurige buurman met die drie haren op zijn kalende hoofd. Komt vast weer zeuren over de herrie die er nooit is zucht ik terwijl ik me hijsend door de gang probeer te slepen met de krukken aan elke zijde. Tot mijn grote irritatie wordt er een tweede keer gebeld. Ik kom al gil ik en dan is het stil. Heel stil. Alleen het tikken van mijn krukken is te horen in het stille halletje.
Achter het matte glas zie ik een silhouet dat ik niet kan thuisbrengen. Het is in elk geval niet die oude mopperkont van beneden zie ik. God plotseling word ik bang om de deur open te maken. Een soort gek gevoel overvalt me. Ik struikel bijna over mijn troep in de hal als ik eindelijk bijna bij de deur ben. Ik word altijd zenuwachtig als er iemand aan de deur staat. Een gek gevoel lijkt me dan altijd te overvallen. Ik wil nooit iemand binnen laten.
Tegelijkertijd voel ik eveneens de gastvrijheid om hen juist wel binnen te laten. Ik ben een goede en liefdevolle gastvrouw voor die gene die ik wel binnen laat en dat zijn er helaas maar barweinig.
Bij de voordeur aarzel ik nog even om de deur open te doen tot ik besef dat die gene achter de deur weet dat ik thuis ben. Oke Dewey, doe die deur open zucht ik ietswat zenuwachtig. Je kunt het best. Zonder na te denken trek ik de voordeur open en kijk recht in een paar hele lichtblauwe ogen. Lichte sproetjes rond zijn rechte neus met een ronde top. Donker haar met, met gele vlekjes.
Mijn mond valt open als ik besef wie er voor mijn deur staat. Starend niets weten te zeggen blijf ik de knappe jonge ober van het pannekoekenhuis aan kijken tot hij begint te praten. Hallo eh heet jij toevallig Potter van je achternaam vraagt hij ietswat onzeker. Zijn gezicht wordt rood. Bijna even rood als het mijne gistermiddag in het pannekoekenhuis. IK, ik weet je voornaam niet eens stottert hij lichtelijk terwijl er een donkere pluk haar verdwaalt langs zijn lichtblauwe ogen.
Wat, wat kom jij doen vraag ik eindelijk na hem een aantal minuten te hebben aangestaard en ik kijk plotseling verlegen naar de grond. Mijn rode haar valt met grote bossen langs mijn gezicht. Heb je mijn vraag niet gehoord vraagt hij aan mij en ik geloof dat ik hem inderdaad niet gehoord heb. Ik kijk hem van onder mijn oogleden aan. Met mijn handen sta ik onozel te wachten tot hij zijn vraag herhaalt.
Potter? is jou achternaam Potter? Ohw ohw eh ja, jawel zeg ik nu en ik strijk met een zeer vrouwelijk gebaar mijn haar naar achteren om hem weer aan te kijken. Ik durf het weer. Ja ik heet Potter van mijn achternaam ja. Hoe, hoe weet jij dat? Je hebt prachtig haar mrs Potter zegt hij verlegen. Ohw ohw dank, dank je wel zeg ik en even weet ik niet waar ik moet kijken. Eh dank, dank je wel fluister ik verlegen. Maar hoe weet je mijn naam? herhaal ik zachtjes maar kijk hem niet aan. Ik durf niet meer.
Ja dan kom ik op het volgende punt miss Potter, zegt de knappe ober nu en hij doorzoekt zijn jaszakken. Ik kijk nieuwsgierig naar zijn handen die onrustig de ene zak doorzoeken en dan de andere. Een momentje nog, ik heb het hier ergens bij me. Ongeduldig sta ik te wachten want ik vraag me af wat hij bij zich heeft dat ik moet zien.
Ja ja hier heb ik het lacht hij nu en haalt een rond klein potje tevoorschijn. Dit moet je gemist hebben zegt hij lachend. Dit lag gisteren op de grond onder het tafeletje waar jij gezeten hebt verklaart hij met een glimlach. Ik knipper eventjes met mijn ogen want ik kan niet goed onderscheiden wat voor een potje het is. Dan plotseling voel ik me heel erg ongemakkelijk als ik ontdek wat het is. Ohw ohw zeg ik als ik het ronde potje met mijn ADHDmedicatie ontdek. Als een razende tornado probeer ik het uit zijn handen te trekken uit angst dat hij weet wat voor medicijnen ik gebruik maar vergeet dat ik op krukken sta.
Het potje met pillen valt achter hem op de grond en ik schiet met een rotvaart naar voren en dreig te vallen, recht in zijn armen. ohw help, ohw help, hij zal me toch wel opvangen, ohw help gil ik nu en ik voel mezelf steeds meer naar voren vallen. Vlak voordat ik in de knappe ober zijn armen terecht kom hoor ik mijn krukken op de grond vallen met een enorme klap. Ohw ohw zucht ik als ik voel dat de ober me stevig vast heeft.
Gaat het met je klinkt zijn stem nu vlak bij mijn oor. zijn adem streelt zachtjes langs mijn huid. MMM? vraag ik, helemaal van de kaart. Of het met je gaat? heb je ergens pijn vraagt hij nog een keer. Ik schud zachtjes mijn hoofd en maak geen aanstalten om weer gewoon te gaan staan. Nee fluister ik, en ik probeer de geur van zijn huid in me op te nemen. Het gaat, het gaat goed zucht ik en ik moet mijn ogen even sluiten om te genieten van zijn armen om me heen. Kun je staan soms vraagt hij en hij probeer me los te weken uit zijn armen. Okey Dewey tijd om terug te keren naar de realiteit zucht ik. Jammer.
Eh ja hoor zucht ik en een minuut later probeer ik mijn evenwicht te houden aan de deurpost. De ober bukt zich om het potje met pillen op te pakken en ik durf me amper te bewegen uit angst dat de gebeurtenis van net zich weer herhaalt. Hij heeft het potje vast al uitgebreid bekeken denk ik beschaamd.
Plotseling voel ik me droevig worden en wil de ober niet langer aankijken. Hier zegt hij en rijkt me het potje aan. Beschaamd pak ik het van hem aan, zonder hem aan te kijken. Dank je fluister ik en snel wil ik de deur dicht doen maar de knappe ober houdt de deur nog even met zijn voet tegen. Wacht zegt hij zachtjes, mijn zusje heeft ook ADHD fluistert hij. Ik begrijp het wel zegt hij alsof hij aanvoelt dat ik me vreselijk schaam. Zachtjes pakt hij mijn kin vast en strijkt de haren uit mijn gezicht. Jij bent wie je bent en niemand anders kan dat van je afpakken zegt hij glimlachend. Mag ik nu weten wat je voornaam is miss Potter? vraagt hij lachend. Zijn ogen lachen waardoor het weer lijkt alsof er lichtjes in zitten. Zijn wenkbrauwen lichtjes opgetrokken.
Plotseling moet ik ontzettend hard lachen. Ik moet me echt stevig aan de deurposten vasthouden om niet weer te vallen maar ik moet zo ontzettend hard lachen. Ohw mijn god wat een idiote situatie brul ik nu van het lachen. De knappe ober lacht nu ook en samen lachen we tot we eindelijk zijn uitgelachen.
Dan wordt het stil. De ober kijkt me vriendelijk en indringend aan. Je bent een leuke meid miss potter verklaart hij en kijkt me indringender aan dan met een lichte glimlach om zijn lippen. Maar wat is in hemelsnaam je voornaam? Ik lach verlegen terug. Dewey fluister ik. Ik heet Dewey. Hallo Dewey lacht de knappe ober, ik heet, Tim vraag ik lachend en vol verbazing kijkt de ober me aan. Hoe, hoe weet jij dat vraagt hij verbaast. Even verbaast als hij kijk ik hem aan.Dit is eng eh Tim zeg ik, maar het was maar een gokje. Ik vond je altijd al een Tim en nu ben je er een.
Ik vind de naam Tim zo bij je passen lach ik. En ik vind DEwey bij jou passen lacht de ober terug. Zijn ogen lachen uiteraard mee als kleine zonnestraaltjes. En zoals altijd smelt ik van binnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten