dinsdag 18 september 2007

HOOFDSTUK 3



HOOFDSTUK 3

PECH OP WEG......

Het is niet gebroken Dewey zegt de dokter vriendelijk terwijl ik op mijn gemak mijn sok over het drukverband probeer te trekken. Niet? vraag ik verbaast en kijk hem guitig aan. De dokter lacht vriendelijk, nee hoor, een kneuzing. Als je thuis komt ga je met je been omhoog zitten, goed??? Geef je enkel de eerste paar dagen wat rust en probeer er over een week weer voorzichtig op te lopen. Hoe sneller je je enkel weer gebruikt, hoe minder lang je er last van blijft houden, capiche???

Ik knik twijfelachtig. Oke..... Maar moet ik dan de hele week stil zitten met dat poot omhoog?? vraag ik geergerd. De dokter knikt vriendelijk, Ik vrees van wel jonge dame. Zijn snor beweegt met zijn lippen mee. Zijn grijze diepliggende ogen twinkelen ondeugend. Dat moet moeilijk voor je zijn Dewey glimlacht de dokter naar me. Mmm, brom ik, valt wel mee. Zo moeilijk is het toch niet om een week stil te zitten met je poot omhoog??? De dokter grinnikt, nee voor een ander niet maar jij hebt ADHD lacht hij nu en geeft me een schouderklopje.

Mmm, zucht ik, Kunt u me meteen slaapmiddelen voorschrijven zeg ik nu op een nog meer geergerd toontje, weet u zeker dat ik stil blijf zitten, niet waar??? Leg me een week in coma, dat kan toch tegenwoordig???? Ik kijk hem met mijn groene gevaarlijke fonkelende ogen aan maar de dokter is niet onder de indruk van mijn woeste blik en moet nog harder lachen. Een houte hamerverdoving lijkt me verstandiger jonge dame lacht hij en helpt me uit mijn stoel.

Kom ik geef je krukken mee Dewey, dan beweeg je wat makkelijker he??? Als ik een week met dat poot omhoog moet zitten waar heb ik die krukken dan voor nodig??? zucht ik nu wat milder. Ze komen van pas, je zult het zien antwoordt de dokter die nu de deur voor me open houdt. Hij overhandigt me de krukken die hij zojuist uit een geheime kast heeft getoverd. Nou goed dan, geef ik toe en pak de krukken aan en probeer ze uit. Ik merk eigenlijk vrijwel meteen dat de dokter gelijk heeft gehad.

Nou dokter, dan ga ik maar zeg ik en probeer hem een hand te geven maar als ik loslaat zou ik mijn evenwicht verliezen. Laat die beleefdheden nou maar weg jonge dame, lacht de dokter. Graag gedaan. Bedankt dokter zeg ik en draai me om naar de deur. Ik voel dat de dokter me nakijkt tot ik uit het zicht verdwenen ben. Dan hoor ik dat de deur achter me gesloten wordt. Ik sta binnen enkele seconde buiten, op de stoep.

Oke, Hier sta ik dan, voor de deur van dokter Breekstuik. In de regen met een stelletje krukken. Ik kijk om me heen en probeer in te schatten hoever het nog lopen is naar de bushalte. Eerder gezegd hinkelen want lopen gaat nogal moeilijk met een gekneusde enkel.

Heel even word ik overvallen door een gevoel van verlorenheid en diepe eenzaamheid. Ik zucht en kijk droevig om me heen. Had ik maar vrienden en een auto mopper ik zachtjes terwijl ik me voorzichtig naar voren beweeg. Ik leun met mijn hele gewicht op de krukken en probeer steeds op een been een stukje verder te hinkelen. Een gevoel van zelfmedelijden bekruipt me en ik krijg een droevig gevoel diep in mijn buik alsof ik moet huilen. Die stomme regen ook zucht ik. Ik haat regen. Van regen word ik droevig.

Langzaam aan hinkel ik steeds dichter naar de bushalte. Mijn haren zijn drijfnat en plakken aan mijn gezicht en ik ril van de kou. Het liefst wil ik gewoon naar huis. Als ik bijna bij de bushalte ben hoor ik de bus achter me al aan komen. Ik slaak een zucht van opluchting dat ik niet zolang op de bus hoef te wachten in die regen...

Haastig probeer ik me naar de deur van de bus te hinkelen uit angst dat de bus toch voor mijn neus wegrijdt. Ik probeer nog te zwaaien maar de buschaufeur die ziet me niet. Ik zie de oude man die ik eerder zag zitten op het bankje in de halte instappen. Hij zet zijn wandelstok in de deuropening en stapt naar binnen. Uit angst dat de bus alsnog voor mijn neus wegrijdt probeer ik nog te roepen en te zwaaien maar dan hoor ik het bekende gesis van dichtslaande deuren van de bus en zie die bus voor mijn ogen wegrijden. Godverdomme, roep ik, lul, je zag me wel. Hoe durf je voor mijn neus weg te rijden schreeuw ik die stomme bus na. Rotding.... Pokkeding. Teringvent....

Ik sla geen acht op die mensen die stil blijven staan om naar me te kijken. Het huilen staat me nader dan het lachen en verslagen kijk ik naar de grond. Hangend met mijn hoofd naar beneden, starend naar de donkere veregende stoep en de plassen waarin kleine kringetjes vormen door de regendruppels. Woest ben ik, en verdrietig. Nu moet ik zeker 20 minuten wachten op de volgende bus en ik heb het koud en mijn enkel doet zo,n zeer. Wat moet ik nu???

Dan kijk ik om me heen. De straat ziet er somber uit. Natte straten, grijs donker en de bladeren van de bomen hangen zwaar en droevig naar beneden onder het gewicht van de regen. Het enige lichtpuntje in de straat is het uithangbord van het pannekoekenhuis dat uitnodigend flikkert in de donkere straat.

Plotseling kom ik op een geweldig idee. Ik zoek naar mijn portomonee diep in mijn jaszak om te kijken of dat tientje er nog in zit. Waarom zou ik niet eventjes binnen gaan zitten voor een kopje warme chocolade???

Mijn sombere woeste stemming verandert bij de gedachten aan warmte en iets lekkers. Haastig probeer ik mijn evenwicht te houden aan mijn krukken. Mijn handen zoeken gejaagd naar mijn portomonee. Ja hebbes lach ik. Al leunend aan de krukken probeer ik ongeduldig het ritsje van mijn portomonee open te trekken. Ja hoor, het rode tientje zit er nog in. Lachend van opluchting hinkel ik me verder de straat in van de bushalte vandaan naar het pannekoekenhuis.

Eindelijk, de gedachten dat ik over enkele minuten droog en warm zit geeft me een prettig en veilig gevoel. Het kan me niks meer schelen dat die stomme bus voor mijn neus is weggereden. Het enige wat ik wil is een kopje warme chocolademelk met een appelpunt met heel veel slagroom.

In gedachten voel ik de warmte van het pannekoekenhuis al tegen mijn koude wangen slaan. Ik ruik de zoete geur van die overheerlijke appelpunt in mijn beeldige fantasie terwijl ik tegelijkertijd onhandig de deur van het pannekoekenhuis wil open duwen. Ohw het ruikt helemaal niet naar appeltaart merk ik op. Het ruikt naar, naar boulion? Ja boulion.

Heel onhandig duw ik mijn krukken door de deur en dan probeer ik mezelf door de opening te duwen. Pffff, wat een gedoe bedenk ik zuchtend tot ik een stem achter me hoor vragen, kan ik je misschien helpen? De stem klinkt als die van een jongen van mijn leeftijd, maar ik kan zijn gezicht niet zien omdat hij achter me staat. Eh, eh tja, waarmee? vraag ik wat onhandig. Ik wil me naar de stem toedraaien maar dat gaat niet want als ik dat doe verlies ik mijn evenwicht. Mijn ene arm staat tegen de deur aangeleund en de andere houden mijn krukken vast.

Kom maar ik help je wel even zegt de vriendelijke stem en de jongen loopt naar voren om mijn krukken aan te pakken en de deur voor me open te houden. Hij staat zo ineens plotseling voor me maar ik kan mijn blik niet van hem afwenden want hij is zo, zo zo, mooi. Ohw, wat een mooie ogen. En die lippen zijn zijn, verrukkelijk bedenk ik me terwijl mijn ogen zijn hele gezicht afwerken. Ik vergeet dat ik naar hem sta te staren met mijn mond open en mijn ogen op oneindig.

Is, is er iets vraagt de jongen als ik niet reageer op zijn uitgestoken hand om mijn krukken aan te pakken. Hu, uh??? Wat? wat nee, nee hoor, zeg ik vluchtig en kijk dan plotseling verlegen naar de grond. Ik voel een lichte blos vanuit mijn hals naar Mijn wangen stijgen. Je wordt rood zegt de jongen en neemt dan alsnog mijn krukken aan. Ohw ohja? vraag ik en voel me heel ongemakkelijk. Vast de opwinding zucht ik. Ik ik bedoel de bus reed voor mijn neus weg enzo en en... Ik durf de jongen amper nog aan te kijken.

Mhaw rood staat je wel hoor plaagt hij, staat leuk bij je haar en hij helpt me naar een makkelijk tafeltje bij het raam. Als zijn ogen zoeken naar de mijne geef ik hem een vluchtige verlegen blik terug. Ohw wat heeft hij leuke lichtjes in zijn ogen bedenk ik en kijk snel de andere kant op.

Wat brengt jou hier vandaag vraagt hij vriendelijk en haalt een pen en blog uit zijn schort. Verward kijk ik hem aan. Wat bedoel je? vraag ik ietswat onnozel. Je bestelling lacht hij met die ogen die lichtjes lijken te geven bij elke glimlach die hij me geeft. Het lijken wel kaarsjes zwijmel ik.

Even moet ik me weer volledig herstellen en een paar seconde later probeer ik met vaste stem een koffie te bestellen in plaats van de chocolademelk die ik eerder had willen bestellen. Een kopje koffie hoor ik mezelf hardop zeggen zonder appelgebak want dat staat kinderachtig, (denk ik er achteraan) Ik kijk de jongen recht en uitdagend aan.

Ja koffie is een goede keus denk ik bij mezelf als de jongen wegloopt om mijn bestelling in orde te maken. Koffie is een goede keus. Koffie is eh volwassen, koffie zegt dat ik een ontwikkelde vrouw van de wereld ben. Een vrouw die weet wat ze wil. Ja absoluut. Ik glimlach tevreden dat ik geen chocolademelk heb besteld.

Wat een leuke knul denk ik en ik glij weg in een oneindige fantasie waarin deze jongen met zijn kaarsenogen me zachtjes op mijn lippen probeert te kussen. heeeeeeel zachtjes. Zijn lichtblauwe ogen lichten op als zijn lippen de mijne raken en een lichte kreun kan ik niet onderdrukken als ik zijn lippen op de mijne voel.

Doet het zeer vraagt een ondertussen zeer bekende stem. Met een ruk zijn mijn ogen weer open.... Wat??? wat zei je vraag ik. Weer voel ik mijn wangen rood worden van pure schaamte deze keer. De jongen staat voor mijn neus met de koffie. Die zelfde jongen die me kuste in mijn zogeheten fantasie. Je, je kreunde legde hij uit, doet het zeer? Wat doet zeer vraag ik nerveus, niet wetend welke kant ik moet opkijken. Je voet? ohw, ja juist ja, zeer, heel veel zeer ja, antwoord ik beschaamd.Ik neem de koffie nerveus van hem aan.

Dat begrijp ik zegt de jongen vriendelijk die kennelijk niet door heeft hoe ik het liefst door de grond wil zakken. Weet je wat zegt hij samenzweerderig tegen me. Hij leunt wat dichter naar me toe. Die koffie is van het huis zegt hij en geeft me een enorm charmante knipoog waar ik nog meer van moet blozen. Echt? vraag ik. De jongen knikt, ja echt want ik vind je een onwijs leuke dappere meid zegt hij. Ohw dank, dank je wel zeg ik nu nog meer verlegen. Onhandig neem ik een slok koffie. Nou dank je wel. Nee hoor, graag gedaan zegt hij. Het werk roept zegt hij. Hij knipoogt nog een keer en gaat dan weer aan het werk.

Wat een onwijs leuke jongen denk ik. Ohw die ogen en die lippen. Zijn donkere haar waar gele vlekjes in zitten. Mmm, met die jongen zou ik wel meer willen dan alleen maar kussen denk ik heel ondeugend. Heeeeeel ondeugend. Maar dat zal vast nooit gebeuren, zoals dat soort dingen mij nooit lijken te overkomen.

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Wat een geweldig herkenbaar verhaal is dit zeg. Ook ik heb mijn enkel zwaargekneusd gehad, nou ja meer de enkelbanden gescheurd, maar goed. Ook ik moest op krukken. Een kruk op een kruk, een ADD een chaoot een rommelpot op krukken, stil zitten, niks doen. Hemel bewaar me.
Ik moest wel lachen om je verhaal hoor. Je schrijft erg komisch en eerlijk.
Bedankt voor je verhaal en om je openheid.
Liefs van Lilly

Unknown zei

hoi lilian...

het spijt me vreselijk dat ik je nu pas antwoord geef maar ik zag kort geleden je reactie pas. ik wil je ontzettend hard bedanken dat je een deel van mijn boek hebt willen lezen en dat je het ook leuk vond om het te lezen.

hewt is inderdaad erg herkenbaar he? dat is ook wel de bedoeling. bedankt voor je lieve complimentjes. Ik ben sinds kort weer begonnen met het oppakken met dit boek want het heeft een poos stil gelegen en ik hoop dat je meer zult willen lezen.

liefs elviera....