
HOOFDSTUK 2
GEVECHT UIT BED.......
In de verte, tussen slapen en waken in hoor ik een zacht geluid. Mijn bed voelt warm en veilig aan en ik besluit dat ik niet wakker wil worden. Het geluid lijkt duidelijk toe te nemen. Mijn hele lichaam protesteert. Ik kruip nog dieper onder de dekens om het geluid buiten te sluiten.
Dewey het regent, klinkt de stem diep in mijn gedachten. Mopperend trek ik het kussen over mijn hoofd maar de gedachten dat het regent laat me niet met rust. Grrrr, Laat me slapen, ik wil slapen. Kreunend draai ik me om. Het kussen dat ik wanhopig over mijn oren had getrokken valt met een zachte plof op de grond. Zucht.
Nu hoor ik de regen duidelijk tikken tegen mijn slaapkamerraam. Regen. Ik haat regen, niet echt, ik hou van regen besluit ik. Zuchtend draai ik me om met mijn rug op het matras.
Ik staar naar het plavond en rek me geeuwend uit als een tevreden kat. Mijn hele lichaam tintelt nog van de slaap. Dan draai ik me langzaam om en til traag mijn benen met een luie beweging uit mijn bed. Ik zucht want het is warm in bed en de regen klinkt zo somber, ritmisch tegen het koude glas van mijn slaapkamerraam.
Eenmaal rechtop voel ik een zwaar gevoel in mijn rug dat schreeuwt om rust. Mijn blote voeten staan op de grond. Als mijn voeten de grond hebben geraakt mag ik niet meer terug kruipen in bed. Dat is mijn zelfopgelegde regel. Als ik de grond raak met blote voeten ben ik officieel opgestaan. Dus als ik met mijn billen in bed blijf, en mijn blote voeten de grond raken, ben ik officeel wakker. Ik kan ook op mijn zij liggen of alleen met mijn hoofd en schouders net op het randje van mijn bed, (mag natuurlijk niet vallen want anders telt het natuurlijk niet)mits mijn voeten dan ook de grond hebben geraakt, want dan telt het wel.
Ik wrijf in mijn ogen en zet mijn ellebogen op mijn knieen. Gaap, vervelend gevoel, dat wakker worden... Dan kijk ik naar mijn tenen die zich duidelijk aftekenen op mijn koeienvlektapijt. Bruin, wat zijn mijn voeten bruin. Mijn linkervoet staat op de krokodil en mijn rechtervoet wordt opgegeten door een hele grote boze wolf. Allemaal vlekken, ik ben dol op vlekken. De leeuw is rustig vanochtend. Die heeft geen honger. Honger???
Plotseling hoor ik mijn eigen maag rammelen van de honger. Mmm, Ik heb honger. Vreselijk veel honger.
Nog steeds slaperig zoek ik de trap trap die me naar beneden moet brengen, naar de keuken. Ik verheug me op de zelfafbakbroodjes die in de keukenkast liggen te wachten. Ik heb nog brie over van gister en probeer de geur van versafgebakken brood met brie voor me te halen. Ohw, de geur wordt levendig glimlach ik bij mezelf.
Nog met de slaap in mijn ogen zoek ik de leuning van de trap. Ik moet me goed vasthouden want ik lig zo beneden. Ik heb deze trap altijd al stijl en te hoog gevonden. In de 2 jaar dat ik hier woon ben ik goddank nog nooit van de trap gevallen. Mijn rode krullen bungelen voor mijn groene ogen en ik vind eindelijk de trapleuning. Niet naar beneden kijken Dewey, waarschuw ik mezelf. Zucht, doodeng. Niet doen. Gewoon lopen. Mmm, aan deze trap wen ik nooit.
Heel voorzichtig hou ik me krampachtig vast aan de trapleuning zonder naar beneden te kijken. Dan zet ik mijn linkervoet (mijn voet is ook links, net als mijn hand) op de eerste traptree. Zo gaat dat dus bijna iedere ochtend. Met die slaap in mijn ogen zie ik amper waar ik loop. Pas als ik wakker ben ren en spring ik die trap op en af. Maar s,ochtends, na het ontwaken kunnen zelfs die zelfafbakbroodjes me niet naar beneden laten rennen. Mijn maag rommelt zo erg dat het pijn doet.
Hoe kom ik in godsnaam beneden??? Gewoon lopen Dewey, gewoon lopen klinkt mijn eigen stem weer in mijn hoofd. De stem van mijn alterego ergens diep in mijn hoofd. Dan zeg ik het hardop, LOPEN DEWEY, GEWOON LOPEN!!! Oke, Ik loop gewoon de trap af en ik zal niet vallen besluit ik.
Mijn handen worden warm en vochtig onder de leunig die ik nog steeds niet los durf te laten. Dan zet ik dapper mijn rechtervoet op de tweede traptree en ik zucht, nog 14 treden te gaan. Dewey wordt wakker. Je gaat niet vallen! Jij gaat niet vallen zingt de stem in mijn hoofd. Oh nee??? Wel nee! Ik zal niet vallen herhaal ik hardop.
Zou ik last kunnen hebben van hoogtevrees??? Mmm, Dat zou best eens kunnen, maar ik hou van hoogte. Ik hou immers van de bergen en van het reuzenrad en zelfs de achtbaan in de efteling is me niet te gek. Maar die verdraaide trap iedere ochtend opnieuw, boezemt me angst in. Waarom?????
Mijn moeder heeft me wel eens verteld dat ik als 3 jarig meisje van de trap af ben gevallen. Ik vraag me af hoe hoog die was. Vast niet zo hoog als deze. Dan komt er iets anders in me op. Hoe komt het dat ik overdag niet bang ben om de trap op en af te klimmen en s´avonds wel? Vast controle. Kan niet anders. Mensen die net wakker zijn moeten ook altijd zoeken naar het koffiezetapperaat, niet waar??? Ik zoek altijd naar mijn traptreden. Als ik nog niet wakker ben zie ik dubbel.De kans is dan veel groter dat ik niet lopend van de trap af kom maar glijdend. Net als een glijbaan in het zwembad.Dat kan gewoon niet prettig aanvoelen.
Nog steeds angstvallig hou ik de trapleuning vast om me voor te bereiden op traptree nummer drie. Ik hou mijn ogen stijf dicht, knipper wat en open ze weer maar het enige wat ik zie is een enorme waas voor me ogen. Een slaapwaas die lijkt op de mist ergens in de Hoog-Landen van Schotland. Tot grote paniek slaak ik een diepe zucht en een gaap er achter aan.
Mijn hemel wat ben ik moe nog bedenk ik en probeer traptree nummer 3 nog eens te nemen. Na nog een paar keer te knipperen met mijn ogen, niet wrijven want anders moet ik de trapleuning loslaten en de mist van Schotland is nog niet helemaal verdwenen. Na tien minuten sta ik dan eindelijk bijna beneden. Nog vier traptreden te gaan.
Plotseling voel ik mijn linkervoet met een razend tempo onder me vandaan glijden en hel ik heel gevaarlijk naar achteren. Ohw mijn God, ohw mijn God, Ik ga vallen, ik ga vallen. In mijn razende paniek probeer ik de trapleuning te vinden zodat ik niet via mijn kont langs de laatste traptreden naar beneden hoef te glijden. Dat doet zo,n zeer. Mijn hemel! mijn hemel! Waar is die leuning verdomme roep ik gefrustreerd en ik drijg nog steeds vervaarlijk naar achteren te vallen.
Totdat ik met mijn rechterhand eindelijk de trapleuning vind en ik mezelf langzaam weer omhoog kan hijsen. Ohw mijn God zucht ik verschrikt. Mijn gezicht moet nu vast wit aanzien van de schrik. Door de schrik kan ik me niet precies herinneren wat er gebeurde.Was ik te haastig? Wilde ik rennen naar beneden? Ligt er iets op de trap waar ik overheen gestruikeld zou kunnen zijn.
Ik laat me heel langzaam zakken op traptree nummer vier van beneden. Met mijn voeten op de traptree er onder. Poeh, met mijn ellebogen op mijn knieen geleund zit ik helemaal bij te komen. Mijn rode haar lijkt rechtop te staan van de schrik. Ik tril als een bang rietje in een glas vol cola. zucht, Prrrrrttt, Ik ben niet gevallen. Ik kon me nog net vastpakken aan de trapleunig zucht ik vol opluchting.
Het besef van wat er had kunnen gebeuren is hevig aanwezig. Misschien had ik de rest van mijn leven wel kreupel kunnen zijn, of blind of doof. Of ik had mijn been moeten laten amputeren. Dewey, doe niet zo raar, roep ik mezelf tot de orde. Jij leeft nog en alles zit nog vast zegt het verstandige stemmetje tegen mij. Goed goed goed zucht ik en sta langzaam weer op. Nu nog voorzichtiger loop ik de laatste vier traptreden af en ben ik eindelijk beneden.
Is een grondwoning iets voor jouw misschien grinnik ik bij mezelf en loop hoofdschuddend naar de keuken niet wetend dat ik gisteren mijn hardloopschoenen midden in de hal heb laten staan. Mijn gedachten zijn bij de zelfafbakbroodjes in het keukenkastje, en de brie die ik er lekker tussen ga stoppen. Ohw het water loopt me uit de mond en mijn maag rammelt als een deur die te los in zijn schroeven zit.
Maar als ik bijna in de keuken ben voel ik mezelf plotseling naar voren hellen.
Plotseling val ik met een grote plof op de grond, plat op mijn buik in de hal. Vlak voor de keukendeur. Huh??? Ik weet niet wat me overkomt. Wat overkomt mij nou vraag ik me verbaast af en knipper met mijn ogen om te orienteren. Maar de mist van Schotland hindert me weer om me verdorie te orienteren.
Ik ben gestruikeld maar waarover??? Hoe kan dat nou??? Ik heb het gevoel alsof er allemaal vraagtekens boven mijn hoofd zweven en ik hoor vrolijk fluitende gele kanaries rond mijn oren fladderen. Oeps, een beetje duizelig mopper ik en ik knipper net zolang met mijn ogen tot ik eindelijk het vertrouwde behangrandje zie met dolfijntjes er op in het halletje.
Dan doemt er een groter beeld voor mijn ogen op die ik vaag herken als de kapstok. Hoewel ik wil opstaan lijkt het alsof mijn lichaam me vertelt dat ik moet blijven liggen. Mijn hele lijf voelt zwaar aan. Vooral mijn linkerenkel. Verdomme, altijd die linkerenkel mopper ik nu nog harder. Mijn beste voet van de twee notabene.
Dan voel ik een helse pijn door mijn voet schieten. Auw, oei oei oei, dat doet zeer zeg. Aauwie??? Ik voel tranen achter mijn ogen prikken van de pijn maar ik kan even helemaal niks doen. De pijn is zo scherp dat ik het amper kan verdragen. Dan til ik mijn bovenlichaam van de grond om over mijn linkerenkel te wrijven, maar dat doet zeer dus daar stop ik al gauw mee.
Wat nu??? Wat moet ik nu?? mopper ik van de pijn. Auwie... auw, zeer zeg. Vast gebroken zucht Dewey. Ja hoor, gebroken. Absoluut. Het komt niet in Dewey op om de dokter te bellen want Dewey kan het allemaal zelf.
ik vraag me nog een keer af waar ik nou precies over gestruikeld ben en ik kijk om me heen. Dan zie ik vanuit mijn rechter ooghoek mijn blauwe hardloopschoenen staan. Echte Assics, midden op het gangpad. Uiteraard precies op de plek waar ik gestruikeld ben. Koe zucht ik tegen mezelf. Soms kun je best eens wat opruimen.
Mmm, mopper ik dan en wrijf nog wat over mijn linkerenkel die nog steeds heel erg veel pijn doet. Wat moet ik nu??? Wat moet ik nu??? Pffffffff, Nu kan ik vast de eerste honderd jaar niet hardlopen. Dat zul je net zien.
Balend en mopperend probeer ik op te staan. Ik hou me goed vast aan de muur. Langs de muur schuif ik steeds een cm naar de keukendeur. Als ik er ben houd ik halt. Tijd voor zelfafbakbroodjes glimlach ik mijn pijn in die enkel negerend, in de hoop dat het allemaal vanzelf over gaat. Dewey heeft geen dokter nodig. Waarom??? Dewey heeft niemand nodig. Helemaal niemand.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten